Een interview met de man op de toetsen

Ruud van Trijp

speelt al zijn hele leven piano en ontdekte 10 jaar terug wat jazz hem te bieden heeft. Hij speelt melodieus of wat tegendraads, en geniet van allebei.

Hoe ben je ooit begonnen met je instrument, en wat is dat instrument nu voor je?

Toen ik vijf was mocht ik kiezen voor een sport of muziek. Ik koos pianoles. Vaak was het niet zo leuk, die etudes en de lerares die meetikte op de maat. En weinig muziektheorie, en voor pianoles nooit mogen spelen wat je zelf koos. Maar ik leerde wel de techniek, en ik werd evengoed verliefd op dat grote instrument, en leerde het te laten klinken zoals ik dat wil. Rond mijn 30e stopte ik met bladmuziek, het kostte me teveel moeite, ik ben er niet precies genoeg voor. Nu bespeel ik de piano als een verlengstuk van mezelf, met wat in me opkomt. En soms met een setje akkoorden voor de structuur. Dat voelt heel rijk.

Pas rond mijn 30e, via werk van George Gershwin en Cole Porter. Daarna opnieuw op mijn 45e, met standards van de grote blazers. Vaak niet eens de originelen, die ontdekte ik pas later. En via zanger / trompettist Jeroen Zijjlstra, die prachtige liedteksten met zelfgecomponeerde jazz combineert, prachtig. Pas sinds 2015 begon ik zelf ook jazzmuziek te spelen op de piano. 

Het spelen in de band, met om me heen ervaren muzikanten, vraagt om een steile leercurve. Dat maakt het soms ook spannend, techniek gebruiken die ik nog niet goed beheers. Daarom heb ik regelmatig een serie lessen van jazzpianisten. Eerder deed ik dat met Anton Titsing, nu met Jochem Braat. Pittig, leerzaam en leuk.  

Hoe kwam jazz in je leven?

Wie zijn jouw muzikale helden, en waarom?

Mijn grootste muzikale held is Joe Jackson, omdat hij alsmaar op zoek blijft naar de randen van de muziek, en daar mooie dingen blijft uitvinden. Stevie Wonder, omdat hij een muzikale vernieuwer en acrobaat is, in heel veel verschillende stijlen. Jamie Cullum is ook een muzikale held, omdat hij standards opnieuw bewerkt, vooral in jazz maar ook in pop. 

Vanaf 2000 speelde ik regelmatig op Friends-On-Stage, een XXL huiskamerconcert in Amsterdam. Soms alleen, en vaak met Arnauld. Ik vind optreden heel spannend, soms lukt het om desondanks de ontspanning te vinden. Die haal ik dan uit mijn medemuzikanten en uit het publiek. Dan is het fantastisch. 

In wat voor settings heb jij inmiddels gemusiceerd voor publiek?

Wat vind je in het spelen bij Jazzfans?

Vooral vriendschap en muzikale verwantschap. We delen lief en leed, hebben een groepshumor die wel bij me past. En we zijn vrij direct en scheutig met feedback. En dat helpt om mekaar beter muzikaal te begrijpen, en om het mooier te maken. Het helpt ook om regelmatig een nummer te schrappen, om zo ruimte te maken voor iets passenders, om te zorgen dat het repertoire blijft kloppen bij de groep.

Binnen de groep zijn allerhande patronen: Wie doet een voorstel over wat we gaan repeteren, wie maakt de setlists, wie houdt contact met plekken waar we kunnen optreden, wat trekken we aan op het podium, wie doet de publiciteit, wie priegelt aan de akkoordenschema’s, wie sluit de apparatuur aan, wie bewaakt de sound? Het regelt zich allemaal vanzelf, zonder gedoe. Iedereen verschijnt op tijd bij repetities en bij optredens. Dat is echt heerlijk samenwerken. 

Ik heb een lange playlist van juweeltjes in alle genres, die voelt als een warme oude trui. We hebben bij JazzFans een playlist van alle nummers van ons repertoire, en dan vaak in twee of drie uitvoeringen. Zo hoor je verschillende kanten van hetzelfde nummer. En we hebben een tweede playlist van suggesties die we onderling verzamelen, zeg maar kandidaat-repertoire. Beide draai ik een paar keer per maand, in de trein en in de auto en tijdens het koken. Dat helpt om de nummers beter te leren begrijpen en ze soort van blindelings te kunnen spelen. Want nog niet bij alle nummers is dat al gelukt. 

Wat draai je als je thuis ontspant?